1985, Naar de Eeuwige Stad

De fietstocht naar Rome is de enige waarvan ik stukken niet alleen heb gefietst. Het eerste deel, van Maasmechelen tot in de Morvan (Frankrijk), fiets ik 5 dagen samen met mijn collega Bert. Het is makkelijk fietsen met zijn tweeën, zeker als de verstandhouding opperbest is. De eerste avond slapen we al onder de muren van het kasteel van Godfried van Bouillon. Daarna gaat het via Sedan een beetje parallel met de route van vorig jaar, naar het zuiden. Na 5 dagen bereiken we de Morvan, één van Frankrijks mooiste natuurgebieden. Bert neemt de volgende dag de trein terug naar België terwijl ik er enkele dagen blijf met mijn vriendin Viviane.

Het volgende deel van de route fiets ik alleen over de Alpen en door de Aosta vallei tot Genua. Ik rijd eerst door de wijngaarden van de Bourgogne en steek in Chalons-sur-Saône de Rhône over. Mijn eerste nacht slaap ik op de mooie camping van Montrevel-en-Bresse. Alhoewel, van slapen komt niet veel in huis. In het restaurant eet ik een “poulet de Bresse”. vergezeld door een frisse Côte du Rhone. Ik begin een gesprek met de kelner en voor ik het weet zijn we, na het sluiten van de zaak, op weg naar zijn stamcafé in Bourg-en-Bresse. Ik word met een rode Renault 5 terug naar de camping gebracht. Voor het overige herinner ik me alleen nog maar dat ik ’s morgens mijn schoenen meters van de tent vind.
Er staat mij een eerste uitdaging te wachten, een eerste echte col. Gelukkig is de aanloop naar de Col du Chat niet zo moeilijk. Aan de voet van de col voel ik toch enige onzekerheid: 5 km aan een gemiddeld stijgingspercentage van 7,1%, ik heb het nooit eerder gedaan. Maar de triple van mijn nieuwe Norta fiets neemt de twijfel vlug weg. Het uitzicht boven is adembenemend met het Lac du Bourget op de voorgrond en de Alpen op de achtergrond.

Van Chambéry zou ik de volgende dag fietsen tot in Bourg-Saint-Maurice, aan de voet van de Col du Petit Saint-Bernard. Maar ik ben al in de vroege namiddag in Bourg, het weer is goed en mijn benen nog steeds niet te vermoeid. Ik koop een fles drinkyoghurt, open ze, denk net op tijd dat je er best eerst mee schudt, en krijg dan de halve fles yoghurt over mijn lijf … Desondanks begin ik toch aan de 27 km lange klim met een stijgingspercentage van 5,1 %. De top ligt op een hoogte van 2188 m. De col is dus lang, maar niet steil. De uitzichten worden alsmaar indrukwekkender, de stilte alsmaar intenser. Verkeer is er bijna niet op deze col. Na de top duik ik de Aosta vallei in om zo snel mogelijk een plek te vinden om het tentje op te zetten, een fles bier te kopen en de honger te stillen.
Via Alessandria fiets ik in twee dagen naar Genua, deels over het parcours van Milaan – San Remo (Passo del Turchino). Overal in de kleine dorpjes met zijn smalle straatjes krijg ik aanmoedigingen “forza”. Op een camping die afgesloten is zoals een gevangenis, neem ik enkele rustdagen in afwachting van de komst van Viviane die vanaf hier met mij door Italië zal fietsen.

Na enkele rustdagen in de geboortestad van Christoffel Columbus fietsen we samen langs de Ligurische kust. De tweede dag krijgen we met de 615 m hoge Passo del Bracco al dadelijk een flinke beklimming voorgeschoteld. Daarna gaat het via het oude Lucca naar Pisa, waar we met vele anderen de nacht doorbrengen op de Piazza dei Miracoli met op de achtergrond de beroemde scheve klokkentoren.

Op de Passo del Bracco.

In Firenze nemen we enkele dagen de tijd om het Uffizi te bezoeken en om de prachtige bouwwerken uit de renaissance te bewonderen. Daarna fietsen we door het glooiende Toscaanse landschap via Sienna en andere oeroude pittoreske stadjes. Er bevinden zich hier nog veel oude nederzettingen van de Etrusken. Ze hadden reeds in de 7de eeuw v.C. een hoogstaande beschaving en waren gedurende lange tijd het belangrijkste obstakel voor Rome’s expansie. Bovendien leverden ze de laatste drie koningen van het oude Rome.
Aan het meer van Bolsena nemen we nog een rustdag om van hieruit Orvieto te bezoeken. De stad ligt hoog op een basaltheuvel en was ooit een belangrijke Etruskische nederzetting. Pronkstuk van Orvieto is de kathedraal met haar prachtige voorgevel.

In Rome verblijven we enkele dagen op een camping net buiten de stad. Dat belet ons niet om met de fiets naar een voorstelling van Nabucco in de Termen te gaan kijken. Tussen al die goedgeklede Romeinen waren we in onze fietskleding opvallende gasten. De nachtelijke terugkeer tussen de toeterend autootjes was hallucinant.
We slenteren dan ook een keertje door de stad, maar we willen vooral relaxen want er staan nog heel wat kilometers op het programma.

Nabucco van Verdi in de Termen van Rome.

We verlaten Rome en zoeken ons een weg naar de kust om dan noordwaarts naar Piombino te rijden. Maar we zijn nauwelijks in een rustiger omgeving of het begint pijpenstelen te regenen. Geen huis, geen afdak, enkel een eenzame boom in een veld om onder te schuilen. We besluiten om er ons tentje recht te zetten. Wanneer we uiteindelijk in ons tentje liggen, begint het te onweren. Donderslagen en bliksemschichten bezorgen ons een slapeloze nacht onder deze eenzame boom in het veld.
Via Orbetello en de Maremma fietsen we naar Piombino. We zijn moe en we vinden niet zo dadelijk een camping. Dus besluiten we om in een klein parkje, omgeven door een haag, ons tentje recht te zetten. Het geld dat we uitsparen besteden we aan een heerlijk stoofpotje met konijn in een lokaal trattoria.

De volgende ochtend varen we via Elba naar Bastia in Corsica. We kamperen ten noorden van de stad. Onderweg zien we veel door brand zwartgeblakerde bergen.
Terwijl Viviane met de trein door het woeste Corsicaans eiland naar Ajaccio spoort, fiets ik in twee dagen via Corte naar de geboorteplaats van Napoleon.
De baai van Ajaccio is mooi, en net als wij daar zijn, 15 augustus, is er een prachtig vuurwerk boven het water ter gelegenheid van de geboortedag van Napoleon.
Weer varen we met een veerboot, ditmaal naar de grote havenstad Marseille. Onmiddellijk als we aan wal komen, fietsen we westwaarts via de Camargue naar Arles. In Nîmes zitten de terrasjes vol. We genieten met volle teugen van een heerlijke bouillabaisse. Na 10 jaar sta ik weer op de Pont du Gard, en als we op weg naar Avignon in het heuvelachtige landschap eventjes stoppen om wat druiven te plukken, komt er een politie-agent langs. Hij is vriendelijk en waarschuwt ons de druiven niet zomaar op te eten zonder ze eerst grondig gewassen te hebben.
In Avignon lassen we weer een rustpauze in. We dansen op de doodlopende brug, dwalen rond tussen de schilders en andere kunstenaars en bezoeken natuurlijk het bekende Palais des Papes.

Met een flinke rugwind – die in de Alpen de fönh wind doet ontstaan – fiets ik alleen in vijf dagen terug naar België. Onderweg is er geen tijd meer om iets te bezoeken of te bezichtigen, ik wil gewoon terug naar huis.
Ik heb ongeveer 3600 km gefietst, en ik ben 50 dagen weggeweest waarvan er 27 gefietst werden.


Back to main page.